Groepsactiviteiten

50 spelletjes voor buiten: de leukste spellen voor elk gezelschap

Hier zijn 50 spelletjes voor buiten, klaar om direct te spelen: van klassieke tikspellen en verstoppertje tot teamspellen, zoekspellen en actieve beweegspellen voor alle leeftijden. Of je nu op een schoolplein staat, een verjaardag organiseert of een scoutingmiddag plant, er is altijd wel een spel bij dat past bij de groep en de ruimte.

Veel van deze buitenspellen heb je al gespeeld zonder er een naam aan te koppelen. Hieronder staan ze netjes op een rij, verdeeld per type. Zo vind je snel wat je zoekt.

Tikspellen (10 spelletjes voor buiten)

  • Gewoon tikkertje – Één speler is “het” en tikt de anderen. Wie getikt wordt, is de volgende tikker.
  • Bruggetje tikkertje – Getikt? Dan sta je met gespreide benen stil. Een medespeler kan je bevrijden door er onderdoor te kruipen.
  • Staartje tikkertje – Iedereen heeft een lint in de broeksband. Je moet elkaars staart pakken zonder je eigen staart te verliezen.
  • Ijsbeertje – Getikt = bevriezen. Andere spelers bevrijden je door je aan te tikken.
  • Heksje – De heks tikt spelers die daarna in een hurkpositie blijven zitten tot iemand ze bevrijdt.
  • Schiettikkertje – Tikkertje met een schuimbal. De tikker gooit de bal en raakt daarmee iemand.
  • Kleur tikkertje – Je bent veilig zolang je een bepaalde kleur aanraakt (een rood object, groen gras, etc.).
  • Blinde tikker – De tikker heeft een blinddoek voor. De rest mag niet harder dan fluisteren praten.
  • Kettingtikkertje – Wie getikt wordt pakt de hand van de tikker. Zo groeit de ketting steeds langer.
  • Politie en rovers – Een tikspel waarbij één team de “politie” speelt en het andere de “rovers” die gevangen worden in een cel en bevrijd kunnen worden.

Verstopspellen (5 buitenspellen)

  • Verstoppertje – Klassiek: één speler telt, de rest verstopt zich. Wie gevonden wordt is als eerste “het”.
  • Sardientje – Het omgekeerde van verstoppertje. Eén speler verstopt zich; de rest zoekt. Wie hem vindt, verstopt zich mee op dezelfde plek.
  • Dief en bewaker – Eén speler bewaakt een schat. De anderen proberen de schat te stelen zonder gepakt te worden.
  • Sluipschutter – Spelers sluipen vanuit verschillende richtingen naar een bewaker. De bewaker draait zich om en wie beweegt, valt af.
  • Nacht van de vos – Één speler (de vos) verstopt zich en legt een papieren spoor. De rest volgt het spoor en probeert de vos te vinden voor die de eindbestemming bereikt.

Teamspellen en estafettes (10 spelletjes)

  • Touwtrekken – Twee teams trekken aan een touw. Het team dat de middenlijn over de andere kant trekt, wint.
  • Zaklooprace – Spelers stappen in een jutezak en springen naar de finish.
  • Estafetteloop – Teams lopen beurtelings een parcours, vaak met een stokje dat wordt doorgegeven.
  • Eierlopen – Een ei (of bal) balanceren op een lepel en naar de finish lopen zonder het te laten vallen.
  • Driebeenrace – Twee spelers binden een been aan elkaar vast en lopen samen naar de finish.
  • Slangrace – Teams vormen een slang door elkaar vast te houden en navigeren samen een parcours.
  • Balonnenrace – Een ballon tussen de knieën klemmen en zo naar de finish lopen.
  • Waterestafette – Met een spons water van de ene emmer naar de andere overbrengen. Het team met het meeste water wint.
  • Mens erger je niet (buitenversie) – Met krijtcirkels en pionnen gespeeld op het asfalt.
  • Boerenbridge – Eenvoudig kaartspel dat ook buiten op een picknicktafel prima werkt.

Zoek- en raaispellen voor buiten (5 spellen)

  • Schatzoeken – Leg van tevoren aanwijzingen neer die naar een “schat” leiden.
  • Speurneuzen – Spelers zoeken verborgen voorwerpen in een afgebakend gebied. Wie het meeste vindt, wint.
  • Kim-spel – Een blad met voorwerpen wordt kort getoond. Daarna wordt het afgedekt en moeten spelers opschrijven wat ze hebben gezien.
  • Natuur bingo – Spelers kruisen vakjes af als ze iets vinden: een rood blad, een vlinder, een steen met mos, etc.
  • Wie ben ik? (buiten-versie) – Één speler krijgt een naam op zijn rug geplakt en stelt ja/nee-vragen aan de groep om te raden wie hij is.

Bal- en werpspellen (10 spelletjes voor buiten)

  • Dodgeball – Twee teams gooien een bal naar elkaar. Wie geraakt wordt, valt af.
  • Voetbal – Klassiek, twee doelen, twee teams.
  • Vier-hoeken – Vier spelers staan in de hoeken van een vierkant. De vijfde staat in het midden. Bij een teken wisselen de hoekspelers van plek; de middelste probeert een hoek in te pikken.
  • Jeu de boules – Metalen ballen zo dicht mogelijk bij het cochonnet (kleine doelbal) gooien.
  • Kubb – Houten blokken omgooien met stokken. Wie als eerste de blokken van de tegenstander én de koning omgooit, wint.
  • Spijker slaan – Met een hamer een spijker in een blok hout slaan, beurtelings, met de achterkant van de hamer.
  • Vliegende schotel – Frisbee gooien, al dan niet met doelen of afvangregels.
  • Beachvolleybal – Over een net (of touw) een bal heen en weer spelen zonder dat hij de grond raakt.
  • Molkky – Finse variant van kegelen: houten pinnen omgooien met een werpblok en precies 50 punten halen.
  • Ringwerpen – Ringen om een paal of pin gooien op afstand, punten per ring die raak is.

Rustige buitenspellen en spellen met weinig materiaal (5 spellen)

  • Steen-papier-schaar (estafette) – Twee teams lopen naar elkaar toe, spelen steen-papier-schaar. Wie verliest, rent terug; de ander gaat door.
  • Aanwijsgame – Eén speler wijst objecten aan en zegt een categorie (groter, kleiner, harder, zachter). Wie het snelst het juiste object aanwijst, krijgt een punt.
  • Stilteloop – Wie het langst helemaal stil kan lopen en staan zonder geluid te maken, wint.
  • Tekenraden – Eén speler tekent met een stok in de grond of met krijtje op asfalt. De rest ra

Verder lezen?

Back to top button