Trampoline spelletjes: 8 leuke ideeën voor kinderen en volwassenen

Op een trampoline hoef je echt niet alleen maar te springen. Met de juiste trampoline spelletjes maak je elke sessie leuker, actiever en uitdagender, of je nu met kinderen of vrienden speelt. Hieronder vind je een overzicht van de beste spelletjes, inclusief uitleg en tips om ze veilig te spelen.
De beste trampoline spelletjes op een rij
De meeste spelletjes werken al met twee spelers, al zijn er ook varianten voor grotere groepen. Zorg altijd dat het aantal springers past bij het formaat van de trampoline en dat de veiligheidsnet goed bevestigd is voor je begint.
- Trampoline tikkertje: één speler is “het” en probeert de anderen te tikken terwijl iedereen springt. Wie getikt wordt, is de volgende tikker. Dit spelletje werkt het best met minimaal drie spelers en een trampoline van 3 meter of groter.
- Popcorn: één speler gaat in het midden zitten met de knieën opgetrokken en houdt ze vast. De andere spelers springen eromheen en proberen die persoon uit zijn “popcornhouding” te laten komen. Lukt dat? Dan wisselen de rollen.
- Eierkoek: vergelijkbaar met popcorn, maar de speler in het midden probeert juist zo lang mogelijk als een “ei” overeind te blijven terwijl de rest het springen zo hevig mogelijk maakt. Gezellig chaotisch.
- Trampoline basketbal: hang een basketbalring aan het net of frame (speciale trampolinerings zijn los te koop) en probeer zo vaak mogelijk te scoren. Je mag ook een eigen puntentelling afspreken: meer punten voor een slam dunk vanuit een hoge sprong.
- Simon zegt: de klassieke variant, maar dan springend. Simon zegt “doe een stersprongetje”, dan doen alle spelers dat. Wie een opdracht uitvoert zonder dat Simon het gezegd heeft, valt af.
- Stoelendans op de trampoline: teken met krijtverf of plak met tape “vakken” op het springvlak. Er zijn altijd minder vakken dan spelers. Stop je muziek? Iedereen rent naar een vak. Wie geen vak heeft, is af.
- Sprong-estafette: verdeel de groep in twee teams. Elk team staat aan één kant van de trampoline. Een speler springt naar het midden, maakt een salto of sterspong, en springt terug. Dan is de volgende aan de beurt. Welk team is het eerst klaar?
- Wie springt het hoogst?: de simpelste variant. Bepaal samen een teller (iemand staat erbuiten), die wijst aan wie het hoogst springt. Spelers vallen af bij een fout of te lage sprong. Wie overblijft, wint.
Tips voor veilig spelen
Trampoline spelletjes zijn het leukst als iedereen veilig kan meedoen. Houd bij spelletjes waarbij meerdere kinderen tegelijk springen rekening met het maximale gewicht van de trampoline. De meeste trampolines voor thuisgebruik hebben een gewichtslimiet die in de handleiding staat.
Spring nooit met te veel mensen tegelijk als de trampoline daar niet op berekend is. Twee of drie kinderen tegelijk is bij een standaard huistrampoline van 3 tot 4 meter meestal geen probleem, maar controleer de specificaties van jouw model. Laat jongere kinderen niet zonder toezicht spelen, zeker niet bij actieve spelletjes als tikkertje of popcorn waarbij botsingen kunnen gebeuren.
Zorg ook dat er geen sieraden, scherpe voorwerpen of losse kleding aan de voeten zijn. Blote voeten of springersokken met antislip werken het best. En maak het springvlak droog voor je begint, want een nat springvlak is glad.
Voor welke leeftijd zijn trampoline spelletjes geschikt?
Bijna elk spelletje hierboven is aan te passen aan de leeftijd van de spelers. Popcorn en eierkoek zijn populair bij kinderen vanaf een jaar of 5 tot 6, zolang een volwassene meedoet of toekijkt. Simon zegt werkt zelfs al voor jongere kinderen die net leren springen. Spelletjes met een basketbalring of een puntentelling zijn juist leuk voor oudere kinderen en tieners.
Volwassenen spelen ook mee, want op een goede grote trampoline zijn de meeste spelletjes voor alle leeftijden leuk. Houd het dan wel rustig bij gemixte groepen met grote leeftijdsverschillen, omdat springkracht en gewicht veel verschil maken.
Met deze spelletjes haal je veel meer uit je trampoline dan alleen gewoon op en neer springen. Begin met één spelletje, spreek de regels kort af en kijk welke variant de groep het leukst vindt. Verander regels gerust als het zo beter werkt, want de spelletjes zijn bedoeld als leidraad, niet als wet.







